Twee tuindorpen op tien minuten fietsen van elkaar, en toch twee andere tuinen
Tuindorp Nieuwendam en het Blauwe Zand liggen dicht bij elkaar in Amsterdam-Noord, maar de tuinen erachter verschillen door hun bouwjaar en hun perceelgrootte meer dan de afstand zou doen vermoeden.
Wie van Tuindorp Nieuwendam naar het Blauwe Zand fietst, is in tien minuten van de ene wijk in de andere, maar de tuinen die daar achter de voordeuren liggen, zijn zelden inwisselbaar. Nieuwendam is aangelegd met eengezinswoningen en een royale achtertuin per woning; het Blauwe Zand kreeg in dezelfde periode juist kleine achtertuintjes bij compacte woningen onder de zeventig vierkante meter.
Dat verschil in oppervlak verandert wat er in een tuin kan gebeuren. In een ruime achtertuin is er plek voor een indeling met meerdere zones: een border, een gazon, misschien een moestuinhoekje. In een klein achtertuintje werkt diezelfde opzet niet: te veel losse elementen laten een klein oppervlak juist voller en kleiner aanvoelen, en een indeling met minder soorten en een doorlopende lijn doet het daar beter.
Ook de omgang met de buren verschilt. Rond de binnenhoven bij het Purmerplein in Nieuwendam kijken achtertuinen op elkaar uit, en een boom die in de ene tuin te groot wordt, neemt al snel het licht van de tuin ernaast weg. In het Blauwe Zand, waar veel woningen aan een woningcorporatie toebehoren, ligt de vraag eerder bij wie welk deel van de erfafscheiding onderhoudt dan bij wie er licht wegneemt.
Geen van beide wijken is de norm voor de andere. Wat in Nieuwendam een logische indeling is, past niet zomaar op een tuin in het Blauwe Zand, en andersom. Het bouwjaar en de oorspronkelijke perceelgrootte van een tuindorp blijven meewegen, ook honderd jaar na de eerste oplevering.